Gedragsbeïnvloeding met geur

Gedragsbeïnvloeding met geur

Een manier om gedragsverandering tot stand te brengen is zintuigbeïnvloeding, het beïnvloeden van een of meerdere zintuig(en). De zintuigen waaraan als eerste wordt gedacht, zijn vaak de zintuigen zicht en gehoor. Het reukzintuig is vaak een van de laatste zintuigen waaraan gedacht wordt. Echter, reuk is ten onrechte een ondergewaardeerd zintuig. Verschillende onderzoeken tonen aan dat geur goed kan bijdragen aan verandering van gedrag.

Zo blijkt uit onderzoek van de Lange, Debets, Ruitenburg en Holland (2012) dat citroengeur ervoor kan zorgen dat reizigers minder afval achtergelaten in treincoupés. In hun experiment werd in een paar coupés citroengeur verspreid, in de andere coupés werd geen geur verspreid. Elke dag, 12 uur lang, werd voor zowel de coupés met citroengeur als zonder, het aantal stukken achtergelaten afval geteld en gewogen gedurende de duur van het experiment. Hieruit bleek dat het aantal achtergelaten afval in de coupés zonder citroengeur bijna twee keer zoveel was dan het aantal achtergelaten afval in de coupés met citroengeur. De passagiers werd niet verteld dat in sommige coupés citroengeur verspreid zou worden. Het resultaat van dit experiment is uit te leggen volgens het psychologische principe priming. Priming zorgt ervoor dat twee zaken met elkaar worden geassocieerd. Deze associatie komt onbewust tot stand doordat de twee zaken bijvoorbeeld vaak samen voorkomen. De passagiers associeerde de citroengeur met schoonmaken omdat de schoonmaakmiddelen die zij in hun leven hebben geroken, waarschijnlijk vaak een citroengeur hadden.

In een ander onderzoek van Holland (Holland, Hendriks & Aarts, 2005) lieten de onderzoekers de deelnemers eerst een taak doen in een cubicle waarin wel of geen citroengeur werd verspreid. Vervolgens verplaatsten de deelnemers zich naar een andere ruimte waarin zij aan een tafel een kruimelig koekje mochten eten. De deelnemers die de eerste taak in een cublicle deden waarin citroengeur werd verspreid, veegden vaker de kruimels van de tafel af dan de deelnemers die eerder in een cubicle zaten zonder geur. De deelnemers wisten aan het begin van het experiment niet dat hun cubicle mogelijk citroengeur zou bevatten.

Beide onderzoeken tonen aan dat mensen de omgeving onbewust schoner achterlaten wanneer zij blootgesteld werden aan citroengeur. Het onderzoek van de Lange, Deebts, Ruitenburg en Holland (2012) toont aan dat citroengeur op een onbewuste manier schoonmaak ideeën opwekt waardoor schoonmaakgedrag ontstaat. Het onderzoek van Holland, Hendriks en Aarts (2005) toont aan dat de schoonmaak ideeën, die geactiveerd zijn door het ruiken van citroengeur, het gedrag zelfs nog kunnen beïnvloeden wanneer de citroengeur niet meer aanwezig is.

Gedragsverandering met geur beperkt zich niet alleen tot schoonmaakgedrag en citroengeur. Geur is veelzijdig en draagt bescheiden bij aan gedragsbeïnvloeding.

Geef een reactie